Antidepressiva verhoogden het risico op suïcidale gedachten en gedrag bij pediatrische patiënten en jongvolwassenen; citalopram is niet goedgekeurd voor pediatrisch gebruik.
Waarschuwingen
QT-verlenging / torsade de pointes; Serotoninesyndroom; Gebruik met MAO-remmers of pimozide gecontra-indiceerd
Interacties
MAO-remmers; Pimozide en andere QT-verlengende geneesmiddelen; CYP2C19-remmers
Merkvragen gebruiken alleen naamcombinaties die zijn gecontroleerd aan de hand van de gekoppelde productbron. Onbevestigde combinaties worden uit deze vragen weggelaten; de overige leerstof blijft beschikbaar.
Datum van de bron: 20260904 · Studiemateriaal, geen basis voor klinische beslissingen. Merknamen en productinformatie hebben betrekking op de Verenigde Staten. Raadpleeg altijd de actuele bron.
Bronbestand gecontroleerd op: 2026-10-21. Het brondocument en geselecteerde velden zijn vergeleken. De volledige kaart heeft geen onafhankelijke klinische beoordeling gehad.
Werkingsmechanisme: Versterkt de serotonerge activiteit in het centrale zenuwstelsel door de neuronale heropname van serotonine (5-HT) te remmen.
Op beide kaarten: Waarschuwingen — Serotoninesyndroom
Alleen op de kaart van Sertraline: Toepassingen — Depressieve stoornis (major depression) bij volwassenen; Obsessieve-compulsieve stoornis bij volwassenen en kinderen van 6–17 jaar; Paniekstoornis, posttraumatische stressstoornis of sociale angststoornis bij volwassenen; Premenstruele dysfore stoornis bij volwassenen · Vaak voorkomende bijwerkingen — Misselijkheid; Diarree / dunne ontlasting; Tremor; Overmatig zweten; Uitblijven van ejaculatie · Waarschuwingen — Verhoogd bloedingsrisico; Activering van manie / hypomanie · Interacties — MAO-remmers (waaronder linezolid en intraveneus methyleenblauw); Pimozide; Warfarine en andere eiwitgebonden geneesmiddelen
Werkingsmechanisme: Het S-enantiomeer van citalopram remt de neuronale heropname van serotonine. De antidepressieve werking houdt vermoedelijk verband met een verhoogde serotonerge activiteit in het centrale zenuwstelsel.
Op beide kaarten: Waarschuwingen — Serotoninesyndroom
Alleen op de kaart van Escitalopram: Toepassingen — Depressieve stoornis (major depression) bij volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar; Gegeneraliseerde angststoornis bij volwassenen · Vaak voorkomende bijwerkingen — Slapeloosheid; Ejaculatiestoornis; Misselijkheid; Toegenomen zweten; Vermoeidheid, slaperigheid · Waarschuwingen — Hyponatriëmie; Verhoogd bloedingsrisico · Interacties — MAO-remmers (waaronder linezolid en intraveneus methyleenblauw); Pimozide; NSAID’s, aspirine, warfarine
Werkingsmechanisme: Het precieze mechanisme is onbekend; vermoed wordt dat het verband houdt met remming van de neuronale opname van serotonine in het centrale zenuwstelsel.
Op beide kaarten: Waarschuwingen — Serotoninesyndroom
Alleen op de kaart van Fluoxetine: Toepassingen — Depressieve stoornis bij volwassenen en kinderen vanaf 8 jaar; Obsessieve-compulsieve stoornis bij volwassenen en kinderen vanaf 7 jaar; Eetbuien en braken bij volwassenen met matige tot ernstige boulimia nervosa; Paniekstoornis bij volwassenen · Vaak voorkomende bijwerkingen — Misselijkheid; Slapeloosheid; Angst; Slaperigheid; Diarree · Waarschuwingen — Allergische reacties en huiduitslag; Suïcidale gedachten bij jonge patiënten · Interacties — MAO-remmers; CYP2D6-substraten (sterke CYP2D6-remmer); Tricyclische antidepressiva
Een punt telt alleen als gedeeld wanneer beide kaarten het hetzelfde formuleren. Staat iets niet op een kaart, dan betekent dat niet dat het effect nooit optreedt.
Waarschuwingen in kader op verwante kaarten
Sertraline: Antidepressiva verhoogden het risico op suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag bij pediatrische patiënten en jongvolwassenen.
Escitalopram: Antidepressiva verhoogden het risico op suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag bij pediatrische patiënten en jongvolwassenen.
Fluoxetine: Antidepressiva verhoogden het risico op suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag bij kinderen, adolescenten en jongvolwassenen.
Paroxetine: Antidepressiva verhoogden suïcidale gedachten en gedrag bij pediatrische patiënten en jongvolwassenen.
Wil je ons helpen deze hulpmiddelen te verbeteren?
Met optionele statistieken zien we welke hulpmiddelen nuttig zijn. Antwoorden, projectnamen en afmetingen worden niet verstuurd. De hulpmiddelen werken bij beide keuzes.