Selectieve serotonineheropnameremmers

Vergelijk de geneesmiddelen in deze familie via een overzicht met bronverwijzingen.

De indeling beschrijft een genoemde werking of een bestanddeel van een combinatie. Een geneesmiddel kan in meerdere families staan. Middelen uit één familie zijn niet automatisch uitwisselbaar; dit is een studieoverzicht, geen voorschrijfhulp.

Beschikbare kaarten openen in de gekozen taal. De overige kaarten openen in het Engels.

Sertraline
EscitalopramLexapro
Fluoxetine
Citalopram
Paroxetine

Generieke namen en uitspraak

Sertraline · SER-tra-leen
Escitalopram · es-sye-TAL-oh-pram
Fluoxetine · floo-OX-e-teen
Citalopram · sye-TAL-oh-pram
Paroxetine · pa-ROX-e-teen

De uitspraak geldt voor de generieke naam in het Amerikaans-Engels.

Orgaanstelsel en verwante families

Orgaanstelsel: Psychiatrie

Hoe elk middel werkt

Sertraline — Versterkt de serotonerge activiteit in het centrale zenuwstelsel door de neuronale heropname van serotonine (5-HT) te remmen.
Escitalopram — Het S-enantiomeer van citalopram remt de neuronale heropname van serotonine. De antidepressieve werking houdt vermoedelijk verband met een verhoogde serotonerge activiteit in het centrale zenuwstelsel.
Fluoxetine — Het precieze mechanisme is onbekend; vermoed wordt dat het verband houdt met remming van de neuronale opname van serotonine in het centrale zenuwstelsel.
Citalopram — Verondersteld wordt dat remming van de neuronale heropname van serotonine (5-HT) de serotonerge activiteit in het centrale zenuwstelsel versterkt.
Paroxetine — Verondersteld wordt dat remming van de neuronale heropname van serotonine (5-HT) de serotonerge activiteit in het centrale zenuwstelsel versterkt.

Elke samenvatting is de regel over het werkingsmechanisme van de studiekaart van het middel.

Waarvoor elk middel wordt gebruikt

Sertraline — Depressieve stoornis (major depression) bij volwassenen; Obsessieve-compulsieve stoornis bij volwassenen en kinderen van 6–17 jaar; Paniekstoornis, posttraumatische stressstoornis of sociale angststoornis bij volwassenen; Premenstruele dysfore stoornis bij volwassenen
Escitalopram — Depressieve stoornis (major depression) bij volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar; Gegeneraliseerde angststoornis bij volwassenen
Fluoxetine — Depressieve stoornis bij volwassenen en kinderen vanaf 8 jaar; Obsessieve-compulsieve stoornis bij volwassenen en kinderen vanaf 7 jaar; Eetbuien en braken bij volwassenen met matige tot ernstige boulimia nervosa; Paniekstoornis bij volwassenen
Citalopram — Depressieve stoornis (MDD) bij volwassenen
Paroxetine — Depressieve stoornis (MDD) bij volwassenen; Obsessieve-compulsieve stoornis en paniekstoornis bij volwassenen; Sociale angststoornis en gegeneraliseerde angststoornis bij volwassenen; Posttraumatische stressstoornis bij volwassenen

Elke lijst is de regel over het gebruik van de studiekaart van het middel.

Deze middelen uit elkaar houden

Middelen in deze familie: 5

Op meer dan één kaart in deze familie

Toepassingen

Depressieve stoornis (major depression) bij volwassenen · 2/5: Sertraline, Paroxetine

Vaak voorkomende bijwerkingen

Misselijkheid · 4/5: Sertraline, Escitalopram, Fluoxetine, Paroxetine

Slapeloosheid · 2/5: Escitalopram, Fluoxetine

Slaperigheid · 2/5: Fluoxetine, Paroxetine

Waarschuwingen

Serotoninesyndroom · 5/5: Sertraline, Escitalopram, Fluoxetine, Citalopram, Paroxetine

Verhoogd bloedingsrisico · 3/5: Sertraline, Escitalopram, Paroxetine

Interacties

MAO-remmers (waaronder linezolid en intraveneus methyleenblauw) · 2/5: Sertraline, Escitalopram

Pimozide · 2/5: Sertraline, Escitalopram

Waarschuwing in kader

5/5: Sertraline, Escitalopram, Fluoxetine, Citalopram, Paroxetine

Dezelfde tekst van de waarschuwing in kader bij: Sertraline, Escitalopram

Een punt telt alleen als gedeeld wanneer beide kaarten het hetzelfde formuleren. Staat iets niet op een kaart, dan betekent dat niet dat het effect nooit optreedt.