Apertia · Bibliotheek
Hoe verandert een scherpstelplan door een kleine afstandsfout?
Met 35 mm op f/5,6 bij full frame verschuift een geschatte 3 m die eigenlijk 2,7 m of 3,3 m is de nabije grens tussen 1994 mm en 2298 mm; test dus beide uitersten.
Waarom één afstand niet genoeg is
Apertia geeft de grenzen dichtbij en veraf tot op de millimeter, maar ze zijn maar zo goed als de scherpstelafstand die je invoert. De calculator meet die afstand vanaf het sensorvlak, zet hem om in de voorwerpsafstand u en past dan Dn = u(H − f) ÷ (H + u − 2f) en Df = u(H − f) ÷ (H − u) toe, waarna de beeldafstand er weer bij wordt opgeteld. Omdat H vastligt voor een gegeven brandpuntsafstand, diafragma en CoC, verschuift elke fout in de afstand beide grenzen, en de verre grens beweegt veel sterker dan de nabije.
De praktische controle is de schatting in te kaderen: reken met een lage en een hoge plausibele afstand en kijk of de details die ertoe doen binnen beide intervallen blijven.
Invoer · Scherptediepte
| Rij | Invoer |
|---|---|
| Sensor | Full frame |
| Brandpuntsafstand | 85 |
| Diafragma | 1,8 |
| Scherpstelafstand | 2000 |
Resultaten · Scherptediepte
| Rij | Resultaten |
|---|---|
| Sensor | Full frame |
| Verstrooiingscirkel | 0,03 |
| Dichtstbijzijnde scherpe punt | 1974,269372 |
| Verste scherpe punt | 2026,442687 |
| Verre grens ligt op oneindig | Nee |
| Hyperfocaal | 133966,350296 |
| Dieptebereik (mm) | 52,173315 |
Invoer · Scherptediepte
| Rij | Invoer |
|---|---|
| Sensor | Full frame |
| Brandpuntsafstand | 85 |
| Diafragma | 1,8 |
| Scherpstelafstand | 2050 |
Resultaten · Scherptediepte
| Rij | Resultaten |
|---|---|
| Sensor | Full frame |
| Verstrooiingscirkel | 0,03 |
| Dichtstbijzijnde scherpe punt | 2022,880213 |
| Verste scherpe punt | 2077,891174 |
| Verre grens ligt op oneindig | Nee |
| Hyperfocaal | 133966,350296 |
| Dieptebereik (mm) | 55,010962 |
Een afstandsschatting inkaderen
- Schrijf je beste schatting op en hoe je eraan kwam, bijvoorbeeld door af te stappen, met de afstandsschaal van het objectief of met een meetlint.
- Kies een plausibele fout, bijvoorbeeld 10 procent bij afstappen, en reken de lage en hoge waarde uit.
- Zet elke waarde op de ring voor de scherpstelafstand, met dezelfde brandpuntsafstand, hetzelfde diafragma en dezelfde kit.
- Zet de nabije en verre grenzen voor alle drie de afstanden op een rij.
- Beschouw alleen de details die binnen elk interval blijven als veilig gedekt.
Rekenvoorbeeld: 3 m ± 10 procent
Full frame, 35 mm, f/5,6, scherpstelling geschat op 3000 mm. De calculator geeft 2150 mm tot 4991 mm. Is de werkelijke afstand 2700 mm, dan loopt de zone van 1994 mm tot 4203 mm; bij 3300 mm van 2298 mm tot 5896 mm. Een wegwijzer op 2200 mm valt in het lage en het middelste geval binnen de zone, maar erbuiten als de afstand eigenlijk 3300 mm was, terwijl een hek op 4500 mm in het lage geval wegvalt. Alleen details tussen 2298 mm en 4203 mm vallen binnen alle drie.
- Scherpstelling 2700 mm
- 1994 – 4203 mm
- Scherpstelling 3000 mm
- 2150 – 4991 mm
- Scherpstelling 3300 mm
- 2298 – 5896 mm
- Binnen alle drie
- 2298 – 4203 mm
Veelgemaakte fouten
- Alleen de totale diepte controleren, waardoor je niet ziet hoe ver elke grens is verschoven.
- Vanaf de voorkant van het objectief meten terwijl de app uitgaat van de sensorvlakmarkering.
- Een ruime marge nemen voor een afstand die met een meetlint is gemeten, of een krappe voor een gok.
- Een onderwerp negeren dat tussen scherpstellen en belichten beweegt.
Wat de marge niet dekt
De vergelijking verandert alleen de afstandsinvoer. Fouten van de autofocus, focus shift en het gedrag van een echt objectief zijn aparte bronnen van onzekerheid die de DOFMaster-formules hieronder niet modelleren.