Apertia · Bibliotheek
Hoe voer je scherpstelafstand en achtergrondafstand afzonderlijk in?
Met 85 mm op f/1,8, scherpgesteld op 2 m, vervaagt een achtergrond op 3 m tot 0,755 mm en een op oneindig tot 2,198 mm; voer elke laag in met zijn eigen sensorafstand.
Twee afstanden, één formule
De onscherpteschatting van Apertia heeft de scherpstelafstand en de achtergrondafstand nodig, allebei gemeten vanaf het sensorvlak. Ze zet de scherpstelafstand om in de voorwerpsafstand u en de beeldafstand v en berekent dan de onscherpteschijf voor een laag op afstand d als b = f² ÷ (N(u − f)) × |x − u| ÷ x, met x = d − v. Voor een achtergrond op oneindig wordt de tweede factor 1, zodat de schijf uitkomt op f² ÷ (N(u − f)).
In het bokeh-voorbeeld stelt de achtergrondschuif die tweede afstand in, en het scherm toont de schijf als percentage van de korte zijde van het beeld. Een omschrijving als drie meter achter het onderwerp moet eerst worden omgezet in een totale afstand voordat ze in dit model past.
Invoer · Berekenen · Geometrische onscherptediameter (mm)
| Rij | Invoer |
|---|---|
| Sensor | Full frame |
| Brandpuntsafstand | 85 |
| Diafragma | 1,8 |
| Scherpstelafstand | 2000 |
| Achtergrondafstand vanaf de sensor (mm) | 5000 |
Resultaten · Berekenen · Geometrische onscherptediameter (mm)
| Rij | Resultaten |
|---|---|
| Geometrische onscherptediameter (mm) | 1,34277 |
| Onscherptediameter / breedte van het portretkader | 0,055949 |
| Betekenis en grenzen | Geometrische onscherpte, geen beoordeling van bokehkwaliteit |
De lagen goed invoeren
- Meet het onderwerp vanaf de sensorvlakmarkering op de camera en stel dat in als scherpstelafstand.
- Tel de afstand tussen onderwerp en achtergrond erbij op, zodat je de eigen afstand van de achtergrond tot de sensor krijgt.
- Laat brandpuntsafstand, diafragma en sensor ongewijzigd terwijl je verschillende achtergrondafstanden uitprobeert.
- Lees de onscherptediameter af in millimeters en, in het voorbeeld, het percentage van het beeld.
- Gebruik de instelling oneindig alleen voor een achtergrond die in feite heel ver weg ligt, zoals een skyline.
Rekenvoorbeeld: de achtergrond naar achteren schuiven
Full frame, 85 mm, f/1,8, scherpgesteld op 2000 mm. Een muur op 3000 mm geeft een schijf van 0,755 mm, 3,15 procent van de korte zijde van 24 mm. Op 5000 mm groeit die naar 1,343 mm (5,59 procent), op 10000 mm naar 1,774 mm (7,39 procent), en met de achtergrond op oneindig komt hij op 2,198 mm (9,16 procent). Zet je de muur van 3 m naar een punt 8 m achter het onderwerp, dan groeit de onscherpte niet even hard mee als de afstand; de groei vlakt af naarmate de achtergrond de waarde voor oneindig nadert.
- Achtergrond 3000 mm
- 0,755 mm · 3,15%
- Achtergrond 5000 mm
- 1,343 mm · 5,59%
- Achtergrond 10000 mm
- 1,774 mm · 7,39%
- Achtergrond op oneindig (limiet)
- 2,198 mm, 9,16% van 24 mm
Veelgemaakte fouten
- De afstand achter het onderwerp (1000 mm) intypen in plaats van de totale afstand van de achtergrond (3000 mm).
- Het onderwerp meten vanaf de voorkant van het objectief en de achtergrond vanaf de sensor, zodat twee referenties door elkaar lopen.
- Verwachten dat de schijf evenredig met de achtergrondafstand blijft groeien.
- Percentages tussen sensoren vergelijken zonder te bedenken dat elke sensor zijn eigen korte zijde gebruikt.
Wat de diameter buiten beschouwing laat
De uitkomst is de geometrische grootte van een onscherp punt, niet hoe de achtergrond eruit zal zien. De vorm van lichtpunten, uienringen, aberraties en de verwerking van een portretmodus vallen buiten het dunne-lensmodel uit de bronnen van DOFMaster en University of Arizona hieronder.